|
|
Home > Dieren > Vogels > Timalia > papaegaaisnavel timalia
Papaegaaisnavel Timalia
Klik hieronder om te zoeken in onze website
PAPEGAAISNAVELTIMALIA, Paradoxornis nipalensis poliotis (ca. 14 cm) Het lagere bergland van Munipur, tot op hoogten van 1500-2000 m. vormt woongebied voor dit streekras, dat zich van de speciesvorm onderscheidt door de grijze oordekveren, witte wenkbrauwstreep en de smalle, zwarte lijn langs de bovenkop. De vogels houden zich graag in hoog gras of dicht struikgewas op en klauteren langs halmen en bladeren als mezen, waaraan ze ook sterk doen denken. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit kleine insekten. De bovendelen zijn olijfkleurig, de bovenkop is kaneelbruin. De vleugels hebben zwarte slagpennen, waarvan de vier buitenste witte randen vertonen, terwijl de andere op de buitenvlaggen helder gele dwarsbenden hebben. Ook de kleine slagpennen hebben gele zomen en de laatste hebben een witte punt op de binnenvlag. Soms worden groepen van 30 of meer vogels gezien in gezelschap van mezen en andere kleine zangers. Ze laten de hele tijd een zacht gekwetter horen. Ze zoeken haastig de hele boom af en schieten dan weer weg naar een volgende. Als ze een ogenblikje rusten om hun verenkleed glad te strijken zitten ze dicht tegen elkaar aan. Het stevige, komvormige nest wordt van bamboebladeren en gras gemaakt en van binnen met fijne grassen en haren bekleed. Het bevindt zich in de vork van een tak, slechts een paar decimeter boven de grond. De 2-4 eitjes zijn bleek blauw. Gould vermeldt de naam Suthora munipurensis. Men kan zich wel voorstellen dat de in Europa voorkomende Baardmees, Panurus biarmicus, die zich bij voorkeur in rietvelden ophoudt tot dezelfde vogelgroep gerekend wordt, hoewel men hem vroeger ook vaak in de mezenfamilie plaatste. |
|
|