|
|
Home > Dieren > Vogels > Timalia > witbaard gaailijster
Witbaard Gaailijster
Klik hieronder om te zoeken in onze website
WITBAARD GAAILIJSTER, Garrulax affinis (ca, 23 cm) Het belangrijkste kenmerk van deze Gaailijster is de typische witte vlek achter het oor. Hij onderscheidt zich hierdoor van de Blyth’s Gaailijster, waarmee hij verder nauw verwant is. Volgens Jerdon neemt deze vogel in de zuidwestelijke Himalaya de plaats in van Garrulax variegatum. De exemplaren die in de collectives voorkomen zijn afkomstig uit Sikkim, Bhutan en Nepal. Jerdon zag ze in dichte badboejungle op 2500 m hoogte. Hij neemt aan dat ze alleen in het hooggebergte leven. Ook Salim Ali geeft een hoogte van 2600-4000 m. aan. De vogels houden zich in dichte juniperrusbossen en braambossen op. Vermoedelijk is dit de hoogst levende Gaailijster. Er worden groepjes gezien in streken waar de struiken onder de sneeuw liggen en waar het vriest. De biotoop geeft alpine weiden, omgeven door dennebossen, rhododendrons en bamboejungle aan. Behalve melodieuse fluittonen laten ze ook zachte lachgeluiden horen. Ze nestelen laat in het voorjaar. Het nest wordt 1,1/2-2,1/2 m hoog in een rhododendron of andere struik gebouwd. Het is komvormig en stevig van grashalmen, stengels en gras gemaakt en bekleed met zachte plantenvezels. De 2-3 eitjes zijn blauwachtig met een groenachtig waas en met enkele roodbruine vlekjes bedekt. De bovendelen zijn rossig olijfbruin. De zijkanten van de kop, de teugles, wangen en oorstreek zijn zwarte, soms de bovenkop ook. Op de grote slagpennen komt aan de basis een kleine zwarte vlek voor. De kin is zwart, de borst bruin met grijze veerzomen. De baardvlek is wit, de vlek achter het oor witachtig met bruine veerzomen. Er zijn geen uiterlijke geslachtskenmerken. |
|
|