|
|
Home > Dieren > Vogels > Uil > Bosuil
Bosuil
Klik hieronder om te zoeken in onze website
BOSUIL Verspreiding : Europa, Azie en N.-W.-Afrika. Veldkenmerken : Grote dikke uil met ronde kop zonder oorveertjes, zwarte ogen (bij de kleinere rans- veld- en steenuilen : geel) en witgespikkeld grijs of bruin tot rossig-bruin verenkleed. Jaagt enkel 's nachts. Roep 'kuwiek' (wijfje en jongen), alarm : gekalk met de snavel. Zang : 'eohoe... hoe... oe-oe-oe-oe' (op het einde trillend en dalend van toon). 'Zingt' meest in januari-maart, tot juni, soms ook van augustus tot december. Biotoop : Bossen en wouden met oude knoestige of holle bomen. Bij voorkeur langs de bosranden, nabij open plekken of dreven of ook in oude parken en boomgaarden. Soms in dropen en steden, in Belgie echter minder vaak dan andere landen. Komt zowel in het laagland voor als in bergstreken (tot 1.800 m. in Alpen en Atlas). Jaagt op kleinere knaagdieren (vooral), op vogels (tot stootvogeljongen toe), op kevers en zelfs op vis : forellen-resten (voedselgebrek ?). Voortplanting : Vanaf maart, soms in februari. De jongen vliegen na 4-5 weken uit. Familie blijft = 2 maanden na het uitvliegen bijeen. Per jaar 1 broedsel. Bezetten zeer graag speciale nestkasten die voor hen worden uitgehangen in het woud. Verplaatsingen : Standvogel.
|
|
|