Home > Dieren > Vogels > Uil > Dwergooruil

Dwergooruil


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                      DWERGOORUIL
DWERGOORUIL
Verspreiding : Zuid-Europa, Centraal- en Zuid-Azie (tot Borneo en de Philippijnen) en Noordwest-Afrika.
Veldkenmerken : Zeer klein uiltje met grijsbruin verenkleed en soms rechtop-staande oorveertjes. Is niet groter dan een lijster, de vliegwijfje doet echter aan een nachtzwaluw denken. Jaagt bijna uitsluitend 's nachts. Tijdens het voorjaar is het beste kenmerk de steeds herhaalde fluittoon : 'kjoe'. 
Biotoop : Eerder open en droog landschap met verspreid staande loofbomen en struiken. Graag in parken met lanen rondom waar bv. platanen voorkomen, doch ook in kleinere bojes. Is uitgesproken insekteneter en jaagt graag op meikevers of sprinkhanen, minder opkleine vogels en knaagdieren. Komt zelden voor in overwegend naaldhout.
Voortplanting : Vanaf einde mei tot in juni (in Noord-Afrika soms begin mei) 3 tot 6 ronde witte eieren die bij voorkeur in spechtegaten of andere boomholten worden gelegd, van 1,50 m. tot = 10 m. hoog, zelden ook in muurholten of rotsen, eens in een oud eksternest (meerdere malen in Tunesie). Broedduur : = 24-25 dagen. Per jaar 1 enkel broedsel.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Europa van maart tot september-oktober verblijft en ten zuiden van de Sahara overwintert, in Soedan, Ethiopie, kenya, Oeganda, N.O.-Kongo.