|
|
Home > Dieren > Vogels > Uil > Maskeruil roseuil
Maskeruil Roseuil
Klik hieronder om te zoeken in onze website
MASKERUIL, ROSE-UIL Phodilus b. badius (ca. 30 cm) Op einge eilanden van Indonesie, in Nepal en Ceylon, in Sikkim en Assam komen deze uiken sporadisch voor. Het is een uitgesproken nachtvogel, die overdag vrijwel niets zien kan en daarom in de nestholte blijft. Hij leeft in bergachtig gebied tot op een hoogte van 1500 m. Pas in 1952 ontdekte Schouteden in het noord-westen van het Tanganjikameer een tweede soort, de Afrikaans Maskeruil, Phodilus prigoginei. Beide uilen onderscheiden zich o.m. door het bezit van een getan-de middenteen, terwijl de veren, die het masker vormen, valk boven de snavel uiteenwijken, wat ze bij de andere sluieruilen pas op het voorhoofd doen. Er zijn geen geslachtsverschillen. Ze broeden in boomholten; de 3-5 rondachtige eieren worden op een vochtige molmlaag gelegd. Men heeft nesten gevonden met jongen die grote leeftijdsverschillen vertoonden, waaruit moet worden afgeleid dat de uil met broeden begint zodra het eerste ei is gelegd en dat er een aantal dagen verloopt tussen het leggen van de verschillende eieren. De uilen hebben slechts een enkele toon als roep. Op Java heet deze uil Toelang-koewiwi of Wowo-wiwi en het verhaal doet daar de ronde dat deze uil goede vrienden is met de koningstijger, die ook in het diepste oerwoud woont. Hij zou zonder vrees zelfs op de rug van de tijger gaan zitten, zoals sommige spreeuwen dat doen op de rug van een buffel. Dr. Koningsberger verhaalt dat een gevangen vrouwtje, dat opgesloten was in een keuken met een grote opening in een der wanden een halfjaar lang door het mannetje gevoerd werd, dat haar iedere nacht een rat bracht. Over de levensgewoonten is vrijwel niets bekend en tot nu toe zijn ze nog niet in Europese collecties geweest. |
|
|