|
|
Home > Dieren > Vogels > Uil > Sneeuwuil
Sneeuwuil
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 SNEEUWUIL Verspreiding : Alle Arktische gebieden van Noord-Europa, van Noord-Azie en van Noord-Amerika Veldkenmerken : Een grote witte uil (zo groot als de oehoe) met ronde kop en brede vleugels. Wijfje en jongen minder zuiver wit, door de donkere vlekken en dwarsbanden op de boven-vleugels. Deze soort is 'dag'-jager, vermits er in het Hoge Noorden 's zomers geen nacht is. De roep van het mannetje klinkt als van een raaf : 'kroe', die van het wijfje is scherper : 'erg', maar alle 2 roepen ze ook veel schriller : 'riek-riek' en het mannetje bezit ook een speciale baltsroep. Buiten de broedtijd echter zwijgzame vogels. Biotoop : Open en boomloos landschap zoals toendras, berg-hoogvlakten en zelfs kale, ijsvrije heuvels of rotsen midden in de ijsvlakten van het IJslandse of Groenlandse binnen-land. De talrijkheid van de hoofdprooien, de lemmingen, bepaalt het voorkomen van de sneeuwuil op sommige plaatsen en tijdens bepaalde jaren. Als uitkijkposten nabij het nest enkele verspreide rotsblokken. Voortplanting : Vanaf mei-juni en soms zelfs einde april en ook nog tot half juli. De bebroeding gedurende = 32-33 dagen door het wijfje dat door het mannetje van voedsel voorzien wordt. Verplaatsingen : Meestal uitgesproken standvogel die echter door voedselschaarste kan gedwongen worden massale eruptieve trekbewegingen te ondernemen.
|
|
|