Home > Dieren > Vogels > Vale gier
Vale Gier
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 VALE GIER Verspreiding : Zuid-Europa, Zuidwest-Azie tot Indie, noordwesten en zuiden van Afrika. Veldkenmerken : Een der grootst Europese stootvogels, met brede en sterkgevingerde vleugels en zeer korte staart. Vrij lichtbruin vederkleed, met naakte hals en kop, bedekt meet wit dons en afgeboord met een bleekbruine halskraag van lange, smalle veren. Zweeft steeds, wanneer het warm en zonnig weder is, hoog in de lucht, zonder enige vleugelslag. Zeer zwijgzaam, doch op het nest hese en sissende geluiden. Biotoop : Dorre en zonnige streken met veel opstijgende lucht die tijdens de zweefvluchten benut wordt. Bergkloven en uitstekende rotsen komen hiervoor in aanmerking, terwijl de rotsrichels als nestplaatsen worden uitgekozen. Als jachtgebieden echter vooral boomloze vlakten, soms ver van de nestplaats gelegen, waar dierenkrengen te vinden zijn : soms op 50 km. en verder van het nest. Voortplanting : Vanaf februari-maart (in Spanje soms reeds in januari) tot in april-mei (vervanglegsel ?0 1 enkel groot wit ei, uitzonderlijk wat rood gevlekt, dat meestal in een rudimentaire nestkuil op een rotsterras gelegd wordt. Vaak kolonie-vorming, tot 30 en meer in Spanje; ook eens in een boomnest broedend in de Sierra Morena. Beide geslachten broeden gedurende 52 tot 60 dagen. Het jong verlaat het nest pas na = 4 maanden (130 dagen0, vaak dus pas in augustus of nog later. Het wordt, ook nog na het uitvliegen, met uitgebraakt voedsel door de ouders gevoed. De voederbeurten kunnen eens per dag of om de 2-3 dagen plaats grijpen. Verplaatsingen : Als regel een uitgesproken standvogel, die echter soms ver rondzwerft en ook wellicht gedeeltlijk wegtrekt naar de Zuidelijke Sahara en zelfs in Oost-Afrika. |