|
|
Home > Dieren > Vogels > Valk > Torenvalk
Torenvalk
Klik hieronder om te zoeken in onze website
TORENVALK Verspreiding : Europa, Azie en Afrika. Veldkenmerken : Roodbruin valkje met lange staart en puntige vleugels. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop en staart met zwarte eindzoom, het wijfje bezit zwarte dwars-banden over gans de roestbruine bovenzijde. Het vliegbeeld is soms wat stuntelig, geen te snelle vlucht, echter vaak ter plaatse 'biddend' met trillende en soms bewegingloze vleu-gels, waarna schuin naar beneden wordt gedoken. Wat zwevend en rondkringend tijdens de balts. Roep : 'kie-kie-kie', steeds nabij het nest of op de toekomstige broedplaats. Biotoop : Open landschap van het laagland, tot in het hooggebergte. Bewoont lichte bossen (dennen) of bomenrijen in volle veld, rotswanden, steengroeven en oude gebouwen, (Spanje, N.-Afrika). Ontbreekt wel als broedvogel in de grote wouden en in de meeste Belgische steden (niet zo in andere Europese landen). Prooien : vooral veld- en woel- muizen. Voortplanting : Van april tot mei-juni. Bebroeding meest brengt meest prooien aan die door het wijfje aan de jongen verdeeld worden tot deze 2-3 weken oud zijn. In het buitenland soms meerdere koppels samen in kolonie, tot 30-tal broedparen. Verplaatsingen : Geddetelijk standvogel of trekvogel die tot in Zuid-Spanje kan overwinteren. Deze vogel van open gebied, die zich heeft aangepast aan een bebouwde omgeving, staat vaak bidden in de lucht op zoek naar prooi, geleidelijk lager zakkend voor hij toeslaat. De prooi bestaat uit woelmuizen en muizen, en kleine beesten zoals sprinkhanen en kevers. In bebouwd gebied worden ook vaak mussen gevangen. De prooi wodt naar een plukplaats gebracht en daar geplukt en opgegeten. Als rustplaats zoekt de vogel vaak een uitkijkpost/plukplaats met een weids uitzicht. De torenvalk vliegt vliegt met korte neerwaartse vleugelslagen, afgewisseld met glijvluchten. Soms cirkelt hij op de thermiek. Vaak wordt de torenvalk lasting gevallen door groepen spreeuwen (zie p. 375) of zwaluwen (zie p. 269-270). NEST Natuurlijke holte op een rotsrichel of gebouw, of een boomholte of oud nest van een grotere vogel. VERSPREIDING Eurazie en Afrika. Noordelijke en oostelijke populaties overwinteren tot in Z.-Afrika, India, China en Japan. |
|
|