|
|
Home > Dieren > Vogels > Vink > Noordse goudvink
Noordse Goudvink
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 NOORDSE GOUDVINK, Pyrrhula pyrrhula (ca. 16 cm) Vroeger werd deze soort Pyrrhula major genoemd; maar thans geldt deze grootste van de soort als de speciesvorm. De vogels komen vooral in Scandinavie, Rusland en tot ver in Siberie voor. Deze zouden wat lichter getint zijn dan de vogels die in West-Europa broeden. Het zijn bewoners van bossen, vooral van groenblijvende bomen. Ze voeden zich met knoppen en zaden en in de winter ook met tal van bessen. De vogels nestelen in bomen, zowel in bossen als in boomgaarden en parken. De nesten zijn nogal plat van vorm en gemaakt van twijgen en stengels en van binnen bekleed met zachte plantenvezels en haar. Ze worden meestal dicht tegen de stam van een denneboom gebouwd. De 4-6 eitjes zijn blauwgroen hebben donkerbruine en grijze vlekken en streepjes, vooral aan het stompe eind. De vrouwtjes broenden alleen en brengen meestal twee maal per jaar een broedsel groot. De jongen blijven daarna bij het vrouwtje. De oude mannen blijven solitair. In het voorjaar richten deze vogels in boomgaarden nogal wat schade aan, daar ze de bloemknoppen en jonge uitlopers afbijten. Hun lokroep ,,duud-duud” kan men makkelijk nafluiten en op deze wijze de vogels naar zich toe lokken. In Noorwegen heeft men veel melanisme onder deze Goudvinken aangetroffen en in het Natuurhistorisch Museum van Christiania bevonden zich ten tijde dat Gould zijn werk samenstelde 4 zwarte exemplaren. Hart beeldde twee mannen en een vrouwtje af naar modellen uit West-Siberie. |
|
|