|
|
Home > Dieren > Vogels > Vink > Rosevink, Roodmus
Rosevink, Roodmus
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ROSEVINK, ROODMUS, Carpodacus erythrinus (ca. 19 cm) Roodmussen komen in verschillende rassen voor van Centraal-Rusland, over geheel India, naar het westen toe tot in Klein-Azie en naar het oosten en noorden toe tot in Noord-Azie en naar het oosten en noorden toe tot in Noord-Azie. Ze leven doorgaans in alpine streken van het Kaukasusgebergte en van de Himalayabergen. Door klimaatinvloeden zijn er plaatselijke verschillen ontstaan. De vogels uit Tibet zijn lichter van kleur dan die uit de Kaukasus. Op de plaat heeft Richter rechts een mannetje uit India en links een mannetje uit St. Petersburg afgebeeld. In de wintermaanden bevinden de vogels zich in grote groepen in de laaglanden en in mei bevinden ze zich weer in de hooggelegen broedgebieden op hoogten van 3400-3900 m. In de herfst en winter zwerven ze in troepen door het land en voeden ze zich met gierst en andere zaden, maar ook met nectar. De vogels houden zich gaarne in de buurt van water op, komen veel op de grond en nestelen laag in een moerassige vegetatie, maar soms ook in droge loofbossen. Van het geslacht Carpodacus zijn de afgebeelde vogels de grootste vertgenwoordigers. Bij het mannetje zijn de kop, nek, rug, vleugeldek- en bovenstaartdekveren roze-grijs, waarbij het roze domineert op de randen van vleugel- en staartdekveren. Het voorhoofd, de oorstreek en keel zijn warm rood met karmijnrode randen. De keel, borst en buik zijn karmijnrood met kleine driehoekige witte vlekjes aan het eind van iedere veer, waardoor ze een besprenkeld uiterlijk krijgen. De onderstaartdekveren zijn geel karmijn, de stuit is karmijn en de slagpennen en staart zijn bruinzwart met roodachtige randen. De bovensnavel is donkerbruin, de ondersnavel vleeskleurig. |
|
|