|
|
Home > Dieren > Vogels > Vink > Sepoyvink
Sepoyvink
Klik hieronder om te zoeken in onze website
SEPOYVINK, Haematospiza sipahi (ca. 20 cm) Deze verblindend gekleurde vinken bewonen de hooglanden van Nepal, Sikkim, Bhutan, Noordoost-Birma en Yunnan. Het zijn bosbewoners, die niet algemeen maar slechts plaatselijk en streeksgewijs plegen voor te komen op hoogten varierend van 600 tot 2000 m. Ze leven in kleine troepen van 20-30 stuks en houden zich vrijwel altijd in de boomtoppen op, waar ze zich tegoed doen aan bessen en vruchten voor zover ze niet onder het mos, dat de takken overdekt, larven en insekten zoeken. Hun krachtig gevormde snavels wijzen er echter op dat ze ook zaden kunnen openen. Ten tijde van Gould’s bezoek aan India, werden de vogels op de markt te Calcutta te koop aangeboden. Ze laten ook een welluidende roep horen, die als ,,toe-ieie” klinkt. Ze broeden hoog in loofbomen en het nest is komvormig en gemaakt van twijgen en stengels. De 3-4 eitjes zijn lichtblauw en overdekt met roodbruine vlekjes. In de Indische Mythologie spelen deze vogels ook een rol. Er bestaat een groot onderscheid tussen het verenkleed van beide geslachten De man is vrijwel geheel scharlakenrood met uitzondering van de binnenvlaggen van de veren van de vleugels en staart, die zwart zijn. Het oog is roodbruin, de snavel hoornkleurig en de poten zijn bruin. Het vrouwtje heeft donkerbruine kopveren, rug en vleugels. Alle veren hebben brede geelachtig olijfkleurige zomen. De stuit is diep oranje. De grote slagpennen en de staart zijn bruinzwart. De staartdekveren zijn bruinzwart en geelolijf gezoomd. De onderdelen zijn donkerbruin, alle veren hebben brede grijsolijfkleurige zomen. De snavel is wat donkerder dan van het mannetje. |
|
|