|
|
Home > Dieren > Vogels > Wielewaal
Wielewaal
Klik hieronder om te zoeken in onze website
.jpg) WIELEWAAL Verspreiding : Broedt in Centraal- en Zuid-Europa, in Noord-Afrika (Marokko vooral), in westelijk Azie en in India. Veldkenmerken : Bijna zo groot als een merel maar met lichtere en golvende vlucht. Het mannetje bezit een schitterend geel verenkleed met zwarte vleugels en staart en een roze snavel. Wijfje en jong zijn bleekgroen. De zang is zeer karakteristiek : 'wiedudlioo'; de roep is soms gaaiachtig, krijsend en onwelluidend bij alarm. De jonge vogels roepen luid : 'gieg-gieg'. Biotoop : Grote bomen langs waterlopen, parken of vochtige loofbossen. soms ook boomgaarden en afgelegen takhoutbosjes, zelden echter in zuiver naaldhout. De wielewaal ontpopt zich soms tot een handige jager op insekten in de heide zonder bomen, waar hij dan ter plaatse kan 'bidden' in de lucht, zoals de klapekster dat doet. In juni en juli erg verzot op kersen. om te baden laat de wielewaal zich soms van zeer hoog naar beneden ploffen. Voortplanting : Vanaf einde mei. Beide partners broeden om beurt, gedurende = 14 - 15 dagen. Het gevlochten hangnest bnevindt zich meestal aan een vork nabij het uiteinde van een horizontale tak, op 2 tot 20 m. hoogte. De jongen schudden met de kop van links naar rechts in het nest en hun blijfj kaal tot bij het uitvliegen dat na = 14-15 dagen plaats grijpt Verplaatsingen : Tijdens het voorjaar gebeurt de terugkeer vanuit Centraal-Afrika langs een meer Westelijke trekbaan, vaak over de Sahara en langs Zuid-West-Europa.Wuropa. Wielewalen, in Tunesie nabij de Kaap Bon geringd, werden later teruggevonden in Hongarije, in Roemenie en in Griekenland, dus in Noord-Oostelijke richting.
WIELEWAAL
Schuw en heimelijk leeft deze vogel in loofbossen, bij voorkeur in bomen met een hoge, open kruin. De groene vrouwtjes hebben een geode schutkleur, maar zelfs de helder zwartgele mannetjes zijn vaak moeilijk waar te nemen als ze in het dichte bladerdak op zoek zijn naar insekten en vruchten. Wel kunnen de wielewalen worden opgemerkt door hun luide, fluitende, drietonige roep. Ze vliegen snel, vaak met ondiepe duikvluchten. Ze komen niet graag op de grond en blijven zelfs in de lucht om een bad te nemen door kort in water plonzen om dan weer snel terug te keren naar de veiligheid van de bomen. NEST kom, hangend in een takvork, van gras, wol en schorsrepen, fijn gevoerd en hoog in de buitenste takken van een boom. VERSPREIDING Broedt in grote delen van Europa, Centr.-Azie en N.-India. Overwintert in Afrika en India. |
|
|