Home > Dieren > Vogels > Wielewaal > Zwartrug feevogel

Zwartrug Feevogel


Klik hieronder om te zoeken in onze website


ZWARTRUG-FEEVOGEL, Irena cyanogaster melanochlamys
(ca. 24 cm)
Op de Phillppijnen komen 4 rassen van deze soort voor, die slechts geringe formaat-en tekening-verschillen vertonen. Deze door Hart afgebeelde vogels stammen van het eiland Basilan. Alle Feevogels hebben dezelfde levenswijze. Het zijn bosbewoners, die van nectar, vruchten en insekten leven en slechts weinig op de grond komen, alleen om er bessen te eten en te drinken. Ze geven de voorkeur aan vochtig-warme loofbossen. Ze leiden een verborgen bestaan, hetzij paarsgewijs hetzij in klein familieverband. Onder het vliegen laten ze geen geluid horen. Als de vogels opvliegen maken de spitse vleugels een sterk geruis. Ze bouwen hun nesten in het dichte gebladerte hetzij van een struik, hetzij hoog in een boom. De 2 eitjes zijn overdekt met bruine vlekjes.
Vroeger had men deze vogels bij de Pycnonotidae ondergebracht, later bij de Chloropseidae, totdat verschillende kenmerken van het skelet en de snavelvorm de verwantschap met de Oriolidae duidelijk maakten. De Feevogel van Basilan wijkt vooral van de speciesvorm af door de zwarte rug en mantel, die bij laatstgenoemde donkerblauw zijn.
De bovenkop en nek zijn purperkobaltglanzend tot het midden van de achternek. De zijkanten van de nek, de mantel en schouders zijn diep fluweelzwart, de onderrug en stuit purperkoblat, het lichtst op de bovenstaartdekveren. De vleugels zijn zwart, de grote zijn zwart. De teugels en veren rondom het oog, de keel en voorkant van de nek zijn zwart. Het oog is karmijnrood. Er zijn op de plaat alleen mannetjes afgebeeld. De vrouwtjes zijn groenachtig blauw.