Home > Dieren > Vogels > Wulp

Wulp


Klik hieronder om te zoeken in onze website


 

                   WULP
WULP
Verspreiding : Britse eilanden, Noord- en Oost-Europa en westelijk Centraal-Azie.
Veldkenmerken : Grote bruine steltloper met zeer lange en gebogen snavel, vooral bij het wijfje dat bovendien een haakvormige snavelpunt bezit (von Frisch, 1964 : 7). Geen kop-strepen zoals bij de regenwulp en veel groter, met bijna witte stuit en lichte onderzijde met bruine stippels. Opvallende roep : 'wuu-liep', vaak overgaand tot welluidende triller : 'kwurr-kwurr-kwurr', die ook in volle winter weerklinkt. Baltsvlucht met steile klim en siddernde vleugels, terwijl de 'zang' een zacht 'guug-guug-guug' is.
Biotoop : Bewoont in Belgie de vochtige of drogere heidevlakten of ook met biezen begroeide poeltjes nabij de heide. In hoog-opeschoten heide reeds veel zeldzamer en in Belgie nog niet in weilanden of akkers, wat in andere landen steeds meer gebeurt : in Schotland bv. 35 in grasland, 36 in akkers, en 24 in heide en ruig grasland (Bannerman, 1961 : 49). Dadelijk na de broedtijd overal bijna uitsluitend in de schorren en slikken van de stroommondingen of in Polders en weiden nabij de zeekust naar voedsel zoekend : slakjes, insekten, wormen, weekdieren, muizen, enz.
Voortplanting : Vanaf half maart.
Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in West-Europa overwintert.
Dit is een grote, bruingestreepte standloper met een statige pas en een lange, omlaaggebogen snavel. Hoewel hij geen opvallend verenkleed heeft, trekken zijn ’wie-liep’-roep en melodieuze gejodel de aandacht. Wulpen vallen ook op door hun territoriumgevechten. De broedgebieden de staan uit hooggelegen heide, grasland en veengebieden. Hier fourageren de vogels en halen ze met hun lange snavel insekten en andere ongewervelde dieren uit de grond. Ze eten ook kleine bessen. Tijdens de lent eleven wulpen in paartjes, daarna vormen ze groepen die naar de kust trekken. Ze overwinteren lange kusten en bij riviermondingen, waar ze de snavel diep in het slik steken op zoek naar wormen, kleine krabbetjes en weekdieren.
NEST Ondiep kuiltje, bekleed met planten uit de buurt, meestal in gras of heide.
VERSPREIDING Broedt in N.-Eurazie. Overwintert langs de kusten van Europa, Afrika en Azie.