|
|
Home > Dieren > Vogels > zwaan > Kleine zwaan
Kleine Zwaan
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KLEINE ZWAAN Verspreiding : Uiterste Noorden van Europa en N.-Azie. Veldkenmerken : Klriner dan de wilde zwaan, met kortere en dikkere hals die meestal wat voorover wordt gehouden. Kleinere en rondere kop , de snavel met minder geel (dat afgerond eindigt) en met een zwarte punt, tot boven de neusgaten. Juvenielen bruingrijs, met vleesklerige snavel. Roep : 'koek' (als gekef), soms vibrerend : 'hoegoegoeg' (luidruchtig). Biotoop : Bewoont vooral toendra-plassen boven de boomgrens (Noordelijker dan de wilde zwaan). Tijdens de trek graag op zoetwaterplanten 9bv. fonteinkruid), soms met zoutwaterplanten (zeegras, zeekraal, enz.). Voortplanting : Vanaf einde mei tot in juni meestal 2-3 (in N.-Rusland) soms 4 (in Siberie) en zelden 1 of 5 geelwitte eieren in slordig nest (50-60 cm. hoog. 1 m. diameter), opgebouwd met mos en plantenstengels op een vrij droge, iets verheven plaats met wijd uit-zicht. Het wijfje bouwt en broedt, gedurende = 29-30 dagen. De jongen vliegen na 40-45 dagen. Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in West-Europa overwintert, een klein aantal ook langs de Noordelijke kust van de Kaspiscche Zee. |
|
|