Home > Dieren > Vogels > Meeuw
Meeuw
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 MEEUW Verspreiding : Noord-Europa en Nord-Amerika. Veldkenmerken : De grootste inheemse meeuw; adulte vogels (meer dan 3 jaar oud) met zwarte vleugelbovenzijde, zware gele snavel met rode stip nabij de punt van de onder-snavel, vleeskleurige poten (bij de kleine mantelmeeuw geel) en witte onderzijde, kop, staart en vleugelpunten. Juvenielen donker-bruin met vuilwitte stippels op de bovenzijde, later ook een blekere onderzijde en steeds een zwartere snavel dan juveniele zilver-meeuwen. Biotoop : Zeekusten en eilanden met niet te steile rotsklippen, lifst met gras en struik-gewas, maar ook vlak en zandig strand, duinen, lavavelden (IJsland) en bergland nabij de kust tot = 800 m. hoogte. Tijdens de trek nabij havens, stroommondingen, grote kust-plassen, steeds meer en meer op stortplaatsen en allerlie woeste terreinen nabij de zee-kust. Alleseter; vooral voedselafval, vis, wormen, week- en schaaldieren, insekten, kleine zoogdieren en tijdens de broedtijd eieren, jongen en zelfs adulte zeevogels. Voortplanting : Vanaf begin mei tot in juni. Verplaatsingen : Sommige populaties zijn overwegend standvogels, maar heel wat mantelmeeuwen trekken in Zuid- of Zuid-Westelijke richting, om vooral in West-Europa, in Noordzee en Kanaal, minder in Zuid-West-Europa tot in de Westelijke Middellandse Zee te overwinteren; zeer zelden ook in het binnenland, na zware stormen. |