|
|
Home > Dieren > Vogels > Meeuw > Grote jager
Grote Jager
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 GROTE JAGER Verspreiding : Rand van het Zuidpool-kontinent. Veldkenmerken : Grootste roofmeeuw, met korte staart en grote witte vleugelvlekken; donkerbruin als juveniele zilvermeeuw, maar andere vliegwijze; zware vlucht, echter be-hendig bij achtervolgingen; kortere en dikkere nek, korte en donkere snavel. Minder sociaal en vaker op zee rustend dan andere jagers. Biotoop : Bewoont in Europa kale, rotsige eilanden met moeras of ruig grasland, in IJsland vooral uitgestrekte gras- en zandvlakten in stroommondingen of brede valleien. Op Antarctica vaak met ijs of sneeuw bedekte rotsen, tot = 1,100 m. Trekt over zeeen en oceanen, soms nabij de kust, zelden diep in het binnenland. Eet vooral vis (82 %) die van meeuwen en andere zeevogels (bv. de jan van gent) wordt afgejaagd, doodt ook vogels (papegaaiduikers bv. en zels lammeren en steelt ook eieren en jongen. Voortplanting : Vanaf half mei, uitzonderlijk einde april, tot half juni, zelden 1 en meestal 2 geelgrijze tot olijbruine eieren met donkerbruine vlekken en stippels. Vaak in grote losse kolonies broedend. Beide partners broeden = 28-30 dagen. De jongen vliegen na = 6-7 weken. Per jaar 1 enkel broedsel. Verplaatsingen : De Europese vogels trekken Westelijk en Zuidelijk vanaf augustus-september. In de Stille Oceaan trekken Zuidelijke ondersoorten Noordelijk, tot in Californie (U.S.A.) en Brits Columbia (Canada).
|
|
|