Home > Dieren > Vogels > Meeuw > Ivoormeeuw

Ivoormeeuw


Klik hieronder om te zoeken in onze website


               IVOORMEEUW
IVOORMEEUW
Verspreiding : Het Hoge Noorden.
Veldkenmerken : Een gans witte meeuw, met zwarte poten en zware, korte, blauwgrijze snavel met een gele punt die soms oranje of rood kan zijn. Ongeveer zo groot als een stormmeeuw, maar licht-wipende vliegwijze, wat sternachtig. Onvolwassen vogels met een vuilbruine kop, donkerbruine slagpenpunten, vleugelstippels, nek en onderzijde, en een donker staartuiteinde. Roept schril, soms in koor, zowat als een visdief : 'krie-ar'; ook een langgerekte, dalende roep : 'kier'; lokroep : 'roer-oh-roer'. (Ardea 1959 : 157-176).
Biotoop : Is het talrijkst waar grote zeerobben leven die door ijsberen worden gedood : deze meeuwen azen daarna op de vleeresten. Om het aanvriezen te vermijden komen ivoormeeuwen zelden in het water. Als broedgebied vooral vlakke, rotsige tot zandige terreinen nabij sneeuw en ijs, maar nestelt plaatselijk ook op hoge rotsklippen, nabij de top ervan (Spitsbergen bv.). Ook na de broedtijd meestal nabij het pakijs levend, zelden meer Zuidelijk en uitzonderlijk ver in het binnenland (Canada, U.S.A.). Eet 's zomers ook vis en schaaldieren. Als vijand vooral de poolvos : nestroof.
Voortplanting : Van einde juni tot half juli meestal 2, soms 1 en zelden 3 eieren, die getekend zijn als die van sndere meeuwachtigen. Het vrij omvangrijk maar los mosnest wordt enkel met wat veren getooid en bevindt zich vaak in kolonieverband : soms 100 en meer bijeen. Op de rotsklippen vaak samen met drieteenmeeuwen, doch op bredere richels. Beide partners broeden om beurten, gedurende = 24-25 dagen. De jongen vliegen na = 5 weken. Per jaar 1 broedsel.
Verplaatsingen : Overwintert niet ver van het broedgebied, Zuidelijk tot in Zuid-Groenland.