|
|
Home > Dieren > Vogels > Meeuw > Kleine jager
Kleine Jager
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KLEINE JAGER Verspreiding : Noorden van Europa, van Azie en van Noord-Amerika. Veldkenmerken : Zo groot als een kokmeeuw, soepele vlucht, 2 kleurenfazen (in het Noorden veruit meest bleke, in het Zuiden omgekeerd). Adult met puntige verlengde middelste staartpennen, half zo lang als bij de kleinste jager. Juveniel bezit steeds duidelijkker witte vleugelvlek dan de kleinste jager en lijkt minder slank. Vliegt niet ter plaatse, maar achtervolgt vaak meeuwen en sternen. Biotoop : Arktische kuststreken met zoet water en korte vegetatie als broedgebied : met mos bedekte rotsen, heide, lavavelden of zandige uitlopers van gletsers (IJsland). Tijdens de trek bij voorkeur in volle zee, soms bij stroommondingen, zelden in het binnenland, vooral na storm. Voortplanting : Van half mei tot juli (uitzonderlijk in augustus) gewoonlijk 2 meeuwachtige eieren. Vaak grote losse kolonies. Beide partners broeden = 24 tot 28 dagen lang. De jongen vliegen na = 4-5 weken. Verplaatsingen : Trekvogel die in volle zee overwintert, ondermeer langs de Westkust van Afrika tot in Zuid-Afrika, verder ook nabij Zuid-Amerika. |
|
|