|
|
Home > Dieren > Vogels > Meeuw > Kleine mantelmeeuw
Kleine Mantelmeeuw
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KLEINE MANTELMEEUW Verspreiding : Noord-Europa. Veldkenmerken : Ongeveer zo groot als een zilvermeeuw, doch wat slanker en vooral met gele poten en een donkergrijze ('graellsii') tot roetzwarte ('fuscus') vleugelbovenzijde, die bij 'intermedius' grijs-zwart of bruin-zwart is. Juveniele vogels (1 to 3 jaar oud) zijn meestal zelfs niet van die van de zilvermeeuw te onderscheiden, maar de mantel wordt na 2 jaar wat donkerder en de vlueugelpunten gans zwart. Biotoop : Liefst rotsige maar ook zandige zeekusten, duinen, graseilandjes in grote meren, brede stroommondingen, in het binnenland ook moerassen en brede meeroevers, bv. in Zweden en in Finland. Toch is de biotoopkeuze meer beperkt dan bij de zilvermeeuw, die deze soort op vele plaatsen verdringt. Als voedsel veel afval, eieren en jongen van vogels, week- en schaaldieren, insekten, enz. Voortplanting : Vanaf begin mei tot in juni-juli. Verplaatsingen : Meest uitgesproken trekvogel onder de Europesemeeuwen. De onder-soorten 'graellsii' en 'intermedius' trekken in Zuid-Westelijke richting waar vooral onvol-wassen vogels op groet afstanden kunnen overwinteren, langs de kusten van West-Afrika en van Westelijke Middellandse Zee. |
|
|