|
|
Home > Dieren > Vogels > Meeuw > Zwartkopmeeuw
Zwartkopmeeuw
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ZWARTKOPMEEUW Verspreiding : Zuid-Oost-Europa en Klein Azie. Veldkenmerken : De adulten hebben gans witte slagpennen, een zwaardere gebogen snavel ('s winters bijna zwart) en in het prachtkleed een dieper reikende zwarte kap en een rodere snavevelkleur dan bij de kokmeeuw. Ook het ontbreken van een witte vleugelboeg en de iets forsere gestalte (dikke nek, plattere kop) laten een goede determinatie toe. De juvenielen lijken op juveniele stormmeeuwen, echter met donkerder oog- en oorvlekken, donkerbruine slagpennen met witte randen en witte oogleden (na 4 weken leeftijd reeds). Broedend met gekruiste slagpeennen als een stern (G. 1970 : 31). Roep : 'kijow-kiow' (schor). Biotoop : Vooral langs de zeekusten, met in de nabijheid zoutlagunen, moerassen, schorren of plassen; ook wel op zoetwaterplassen in het binnenland (te Lichtaart bv. ). Tijdens de trek en 's winters bijna uitsuitend langs de zeekusten, vaak in havens, op stortplaatsen, op velden, weiden, enz. Voortplanting : Vanaf begin mei tot begin juni. Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in de Middellandse Zee overwintert.
|
|
|