Home > Dieren > Vogels > Mus

Mus


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                           mus
MUS
Versprelding : Europa, Azie en Noord-Afrika.
Veldkenmerken : Door iedereen gekend; het mannetje bezit een grijze kop, een zwarte kinvlek en roestbruine nek en vleugels; wijfje en jong zijn eerder bruingrijs, met vujilwitte wenkbrauwstreep.
Biotoop : Leeft overal waar woningen zijn. Meestal worden de nesten onder de dakpannen aangelegd, ofwel in een of andere muurholte; maar ook in de bomen worden er soms open nesten gebouwd, evenals  in de elektriciteitspalen, veel minder in nestkasten, een  enkele maal ook in een oeverzwaluw-nestgang  en vrij vaak in nesten van huis-of boerenzwaluw. Plaatselijk soms een soort kolonie-vestiging in de bomen, waar de huismussen dan de nacht doorbrengen, vooral tijdens de wintermaanden. Tijdens de zomer, onmiddellijk na de broedperiode, komen er soms grote aantallen huis- en ringmussen bijeen in de graanvelden waar dan de oogst plaats grijpt. Later komen er gemeenschappelijke  slaapplaatsen tot stand in de nabijheid van de huizen, bv. in de klimop langs een muur of ook in kreupelhout dat soms ver van de woningen ligt, of in een massief  van rhododendrons in een park of tuin. In de steden kan men best het aanpassingsvermogen van de huismussen aan nieuwe situaties vaststellen.
Voortplanting : vanaf april. De nesten zijn soms zeer omvangrijk : de grootste zitten onder de pannen; ze zijn = bolvormig en bevatten veel veren in de nestkom en heel wat droog gras in het buitennest; vaak worden ze door het mannetje alleen vervaardigd. Zelden wordt er ook tijdens het najaar een nest gebouwd, maar uitzinderlijk volgt daarop nog eiteg. De eieren zijn wit met grijze vlekjes en overlangse streepjes.
Verplaatsingen : De huismus een uitgesproken standvogel.