Home > Dieren > Vogels > Ooievaar

Ooievaar


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                   ooievaar
OOIEVAAR
De ooievaar wordt vooral aangetroffen, in ondiepe stromen, poelen en moerassen, waar hij op kikkers en andere kleine dieren jaagt. Ook fourageert hij op grasland en rijstvelden, op zoek naar kleine prooien. De ooievaar vliegt met regelmatige vleugelslag en af en toe een glijvlucht, de nek en poten gestrekt. Hij cirkelt ook op de thermiek om hoogte te winnen, vooral tijdens de trek. Na het broeden, in verspreide paartjes of kleine groepjes, trekt de vogel in groepen naar het zuiden.
NEST Grote takkenconstructie met een kuil in het midden, bekleed met stengels en gras; in een boom of op een huis.
VERSPREIDING Broedgebieden van Europa tot N.-India. Overwintert in delen van Afrika, Pakistan en India.

Verspreiding : Europa,West-Azie, Noord-Afrika. en sporadisch in Zuid-Afrika; 2 ondersoorten, 1 in Europa.
Veldkenmerken : Grote witte steltloper met zwarte vluegels en rode poten en dolksnavel (bij jongen donkerbruin). Vliegt met gestrekte hals (anders dan blauwe reger !) en trage vleugelslag, vaak zwevend. Kleppert met de snavel,vaak met kop achterover op de rug.
Biotoop : open landschap met enkele bomen of gebouwen; in West-Europa liefst in voets op insekten (kervers, sprivkhanen), kleine zoogdieren (muizen), vissen, hagedissen, slangen, kikvorsen, mollen, jonge vogels, hazen, enz. Graag boven op gebouwen.
Voortplanting : Vanaf half maart tot begine juni 3-4, soms 5, uitzonderlijk 1, 2, 6 of 7 kalkwitte eieren met fijne korrel, in enorm takkennest op hoge gebouwen of in bomen (Spanje en Oost-Europa). Beide partners bouwen en broeden (= 31-34 dagen). De jongen vliegen na = 54 dagen uit, na = 70 zijn ze zelfstandig.Er is 1 broedsel per jaar, nalegesel na vroeg verlies. Steeds blijft 1 van de ouders op het nest, wanneer er eieren of jongen zijn.
Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in Zuid-en Opst-Afrika overwintert na Zude-Oostelijke trekweg via klein Azie en Midden Oosten.