Home > Dieren > Vogels > Ooievaar > Lepelaar

Lepelaar


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                          LEPELAAR
LEPELAAR
Verspreiding : West, Centraal- en Zuid-Europa, Centraal- en Ziud-Azie en Oost-Afrika (Somalia).
Veldkenmerken : Grote witte steltloper met zwartgrije lepelvormige snavel en in prachtkleed met geelrossige halsband, een oranje naakte kinvelk en over de nek hangende geel-witte kuifveren. Jonge vogels met kleinere vuilgele snavel, zonder kuif of kinvlek en met donkere vleugelpunten. Is zwijgzaam maar roept op de broedplaas : 'hoe-hoe-hoeroer-hoem' of kleppert met de snavel.
Biotoop : Moerassen met open water en riet, wilgen- of elzenstruiken, enz. In Noord-Afrika zandige of rotsige eilandjes zonder begroeiing, in Somalia mangrove-moerassen. Trekt bij voorkeur door langs de zeekust, zoekt in ondiep water (bij lage tij) met maaiende snavel naar voedsel : visjes, insekten, slakken, enz.
Voortplanting : Van begin april (in Nederland) tot half mei (Roemenie) 3 tot 5 (uitzonderlijk 6-7) meestal 4 (2-3 in Somalia) langwerpige witte eieren met roodbruine stippels in een door beide partnersgebouwd nest (met rietstengels, takken, enz.) in oude rietvelden, lage struiken of in bomen (kurkeiken in Z.-Spanje) en tussen zeekraal of op rotsblokken (in N.W.-Afrika).Meestal in grote kolonies. Broedduur : = 21 of 24-25 dagen, beide partners broeden. De witte donsjongen zijn na = 4 weken vliegvlug.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Afrika overwintert (Oost-Europese tot in Ethipie, Soedan,Tanganyika; West-Eueopese tot in Niger en Mauritanie).