Home > Dieren > Vogels > Ooievaar > Zwarte ooievaar
Zwarte Ooievaar
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ZWARTE OOIEVAAR Verspreiding : Europa, Azie en Zuid-Afrika. Veldkenmerken : Een overwegend zwarte ooievaar met witte onderzijde, van de buik tot de onderstaart.Snavel en poten rood, bij de juveniele vogel grawgroen. Van dichtbij opvallende metaalglanzen in de zwarte veren en naakte rode huid rond de ogen. Vliegt met snellere vleugelslag dan de witte ooievaar, is wat schuwer en zit meer op bomen op uitkijk-posten. Het snavelgeklepper is uitzonderlijk bij deze soort, maar er zijn meer geluiden te horen op het nest : 'chelie-chelie' als grote, bedelroep van de jongen, enz. Biotoop : Dichte loofbossen, gemengde bossen en moerasbossen, liefst ver menselijke nederzettingen, tot op 600 m. in Oostenrijk en 950 m. in Slowakije, in Duitsland enkel in de vlakten. In Centraal Azie in dorre, boomloze streken met rotsen als nestplaatsen. Zoekt vooral in het water naar insekten, kikvorsen, enz., en bij gelegenheid ook kleine zoogdieren. Voortplanting : Van half april tot einde mei meestal 4, witte eieren met wat groene weerschijn, kleiner dan van de witte ooievaar. Het vrij grote nest (vooral na meerdere jaren) zit in hoge boom, 5 tot 28 m. boven de grond, meestal in beuk,eik of den, in Griekenland en Spanje ook op een rots, uitzonderlijk op de grond. Beide partners bouwen en broeden, het wijfje echter het meest en 's nachts. Na = 62 tot 71 dagen vliegen de jongen de uit. ER is 1 enkel broedsel per jaar. Verplaatsingen : Trekvogel die in de Tropen overwintert : Aziatische vogels vooral in India, Europese in Oost- en Zuid-Afrika, meestal echter ten Noorden van de Evenaar. |